Geschiedenis van de gemeente Niel
Deel "NIEL opnieuw bekeken"
21. Diverse disciplines poseren hier (rond de eeuwis-seling) met manden, touwen en hamers om de brokken krijt, waarvan vooraan enige exemplaren, kapot te slaan en te vervoeren. Twee arbeiders zitten op de typische cementkuipjes met op het deksel het embleem van de firma. Let op de hoge petten die sommige toen droegen.
22. Het laboratorium personeel rond 1900, hier mooi opgesteld in een gedekoreerde ruimte van de fabriek, met een eerder beperkt instrumentarium. Sommigen dragen zelfs een witte kiel. De kledij nl. schoenen, bolhoed, das, etc. laat vermoeden dat er hier hoger gekwalificeerde werknemers doende waren.
23. De kaderleden zijn hier verzameld op de binnenkoer van de cementfabriek. Van links naar rechts bovenaan : onbekend, Emiel Verbeeck (in dienst sedert 1898, commies in 1914), Eugène Verbeeck (broer van Emiel, in dienst sedert 1904 en "aide chemiste" in 1914), Eugène Pirotte (in dienst sedert 1907 en chef mécanicien), onbekend, Arthur Verbeeck (in dienst sedert 1905 en commies atelier en géén familie van hiervoor), onbekend, vooraan v.l.n.r.: Jules Verbeeck (in dienst sedert 1882 en de vader van Emiel en Eugène, magazijnier), een onbekende ingenieur, directeur Van Aubel Jules (in dienst sedert juni 1888 tot 1926), onbekende ingenieur, August Calluy (kassier in 1914).
24. De oudste gebouwen gezien vanaf de Rupel in 1920. Het gebouw links, in classicistische stijl, gaf onderdak aan de burelen. Rechts daarvan de grote hangar voor het vullen van de cementzakken met daarnaast het lage werkhuis voor de vulling van de cementkuipjes. Het hogere huis rechts verzorgde hotelfaciliteiten aan de bezoekers.
25. De slijkerige kil van de cementfabriek, ook "Bassin" genoemd, in 1907. Ondanks de grote loopbrug op de kade, met uiterst rechts de schepraderer voor de lossing van kolen ok kalk, staat een ploeg arbeiders klaar. Zij hebben de typische hoofdkap van natiearbeiders en dragen wellicht de (jute) zakken cement per 50 kg in het scheepsruim. Let tevens op de talrijke ladders die de dragers moesten beklimmen. De nodige electriciteit voor de toestellen werd op de fabriek zelf opgewekt en heeft later nog de Nielse straatverlichting gevoed.
Uit een advertentieblad van toen (1911) :
"DE JAARMARKT EN DEN ELLENTRIC"

De jaremarkt zal thans bevallen, Aan ieder, dat verzeker ik, Want zij, de vreugd, 't plezier van allen. Zij gaat van 't jaar met ellentric.
Zij die eerst er tegen waren, Roepen nu Wel ! Wel ! Da's chic !
En zonder nog iets te gebaren, Plaatsen zij den ellentric.
Ja, iedereen wil thans genieten, Van dat lichtje echt komiek, Waarmee z'u op straat begieten, En dat ze noemen "ellentric".
Wat zullen ze curieus staan kijken, De boerkes, misschien hebben zij wel schrik.
Als zij in eens dat licht zien prijken, 't Is tooverij den ellentric.
Heeft Mie of Jo nu iets verloren, Op straat; een kam, een broche of strik.
't Is uit het zoeken met phosphoren, Hij licht alom den "ellentric".
Wilt g'een lekker flikker maken? Met Sus of Peer, met Jan of Fik, Ge zult thans uw gebuur niet raken, Want 't is zoo licht met ellentric.
Kermisvogel die bij nachte, Gaat naar huis, hebt nu geen schrik, Dat ge tuimelt in een grachte, Want Niel is vol van ellentric !"
( N.v.d.r. een flikker is een dans )
Pagina : 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 - 17 - 18 - 19 - 20 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 -27 - 28 - 29 - 30 - 31 - 32 - 33 - 34 - 35 - 36 - 37 - 38 - 39 - 40 - 41 - 42 - 43 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48
Ga naar terug naar vorige pagina
Ga terug naar de top van deze pagina
Ga naar de volgende pagina
Niel - St. Hubertusplein
Ga terug naar de inhoudstafel
Een groepsfoto van de arbeiders
Het laboratoriumpersoneel rond 1900
De kaderleden van de cementfabriek
De cementfabriek van Niel
Het bassin in 1907